Column Henk Nugteren No. 211
HET GAATJE
Graag zou ik net als twee jaar geleden een alternatief en kritisch verslag van het Europees Kampioenschap Atletiek schrijven, toen in Rome nu in Birmingham. Helaas heb ik niets rechtstreeks kunnen zien op tv, omdat er op de camping niet naar werd gekeken. Geen tijd om elders een geschikte tv te zoeken omdat de kleinkinderen uit Oxford, die ik ook maar een paar keer per jaar zie, op bezoek waren en aandacht vroegen.
Was het in Rome Jorinde van Klinken, die in een zinderende finale zilver behaalde, maar de NOS tv het zinderende ervan niet inzag en de eindstand verklapte voordat de laatste worpen met vertraging werden uitgezonden, ook nu speelde Jorinde een hoofdrol, door al op de eerste dag zilver te halen op kogel (na het goud van Jessica Schilder) en vervolgens op dag 5 het discuswerpen overtuigend te winnen. Op dag 2 duurde de spanning voor Nadine Visser na haar race langer dan de race zelf, maar de verlossing maakte alles goed: goud met een duizendste seconde voorsprong. Dat kon ik allemaal prima bijhouden omdat ik elke dag L’Équipe las, waarin vier pagina’s EK Atletiek en alle uitslagen. Vier pagina’s ook voor het EK Zwemmen en opvallend was dat de atletiekploeg met 14 medailles, een historisch hoogtepunt en de vierde plaats op de medaillespiegel, het beter deed dan de zwemmers, dat was in het verleden weleens anders. De Franse atletiek faalde volledig door geen enkele gouden medaille te behalen en daardoor was er wat meer aandacht voor andere landen, waaronder twee volle pagina’s over Femke Bol. Boven het stuk over de finale van de 1500 m bij de mannen stond alleen dat Habz alweer gefaald had, maar uit het verslag bleek dat Stefan Nillessen op onnavolgbare wijze het goud veroverde. Bij thuiskomst meteen opgezocht en gezien dat het inderdaad een sublieme laatste honderd meter was, misschien eerder vertoond, maar nooit door een outsider. Stefan is op slag een groot atleet geworden.
Het had nog mooier gekund als Niels Laros, Menno Vloon en enkele andere toppers niet geblesseerd waren geraakt en onze marathonlopers (Filmon Tesfu, Abdi Nageeye, Khalid Choukoud en Sifan Hassan) zich voor dit EK hadden voorbereid.
Intussen lijkt de marathon als afstand geen uitdaging meer. Ultralopen zit in de lift. Voor de meesten niet voor de prestatie, niet voor de prijzen, niet om te winnen, maar om te beleven. Afstanden van 50 km tot soms meer dan 300 km non-stop, soms dagen lopen als trail over slecht begaanbaar terrein met enorme hoogteverschillen, zoals bij de Belgische Legend Trails in de Ardennen of bij de UTMB (Ultra-Trail du Mont-Blanc). Ultrarunner Dean Karnazes zag ze, na achttien uur onafgebroken rennen bij temperaturen boven de 50 graden door een woestijn in Californië, letterlijk vliegen. Op zijn pad verscheen een om water vragende goudzoeker waar hij zijn hand dwars doorheen kon steken. Later zag hij ook nog dinosauriërs op zich afkomen. In The Rise of the Ultra Runners van de Britse journalist Adharanand Finn staan dit soort en andere ervaringen van ultralopers.
Ultralopers gaan tot het gaatje, het uiterste, zonder daarvoor een prijs op te strijken. Mensen stellen de vraag wat de zin hiervan is, waarop de betrokkenen een min of meer stupide antwoord geven: tot het uiterste, het gaatje van jezelf gaan. Wat is het uiterste van jezelf, waar zit dat gaatje? En eenmaal daar aangekomen, waar ga je dan heen, wat heb je dan gezien? De echte vraag is welke ervaring je eraan overhoudt en of de moeite daarvoor het echt waard was. Voor de ultraloper lijkt het inderdaad de moeite waard.
Hoewel er geen sprake was van hallucinaties en extreme uitputtingsverschijnselen bij de atleten van TeamNL in Birmingham, reken maar dat ze ook allemaal tot dat uiterste punt, dat gaatje zijn gegaan. Dat de beleving voor hen ook telde, met als beloning een mooie medaille en de Nederlandse atletiek nog steeds in stijgende lijn. Nu is het aan Fortius om die lijn vast te pakken, ervan te profiteren, maar er vooral ook aan bij te dragen, want de tijd is rijp om nieuw talent te ontwikkelen.