Column Henk Nugteren No 208
TE GOED BEZIG?
Trainend op de openbare weg heb je de laatste tijd waarschijnlijk vaak ‘goed bezig!’ horen roepen, of misschien alleen ‘bezig’, want ook de bewonderaars worden lui. Ik vroeg me al eens af hoe men wist dat je inderdaad goed bezig was. Een toevallige passant kan immers moeilijk inschatten hoe goed iemand bezig is met zijn sport. Tenslotte zal het de sporter zelf zijn die kan beoordelen of het een goede training betrof.
Maar de medische wetenschap gaat er zich nu mee bemoeien en dan wordt het bloedserieus. Inspanningsfysioloog Thijs Eijsvogels van het Radboud UMC waarschuwt dat men niet moet denken dat veel sporten een garantie is voor langer leven, garanties bestaan er niet in het leven. Dat had ik me eerder al gerealiseerd toen ik een week na een marathon met trombose in het ziekenhuis belandde. Toen de trombose daarna nog twee keer opspeelde en bleek dat er een erfelijke factor in het spel was, moest ik levenslang aan de antistolling. Sporters leven weliswaar gemiddeld drie tot zes jaar langer dan niet sportende leeftijdsgenoten en misschien mag je daar nog een paar jaar bij optellen als er vergeleken wordt met rokende en drinkende niet-sporters met overgewicht, maar dit zijn gemiddelde waarden die gelden voor de populaties en die kunnen niet worden vertaald naar een individu.
Eijsvogels wijst erop dat er risicofactoren bestaan voor bepaalde aandoeningen, bijvoorbeeld voor hartproblemen. Iemand met hoog (familiair) cholesterol of een verhoogde bloeddruk, die fanatiek gaat sporten, heeft dan wel een gezonde leefstijl en een uitstekende conditie, maar poetst die risicofactoren niet weg. Onderzoek suggereert dat meer dan vijf uur per week intensief sporten niet meer bijdraagt aan gezondheidswinst. Sommige hartritmestoornissen en slagaderverkalkingen lijken dan juist weer vaker voor te komen. Bekende signalen als pijn op de borst en kortademigheid komen bij mensen met een topconditie minder vaak voor, waardoor een waarschuwing mogelijk te laat komt. Een voor sporter (en trainer) onverklaarbare achteruitgang in prestatieniveau, kan eventueel wel als waarschuwing gelden, al is dat moeilijk te onderscheiden van overtraining. Omdat het meeste onderzoek naar risicofactoren voor hart- en vaatziekten wordt uitgevoerd met mensen die een minder actieve leefstijl hebben, is er meer onderzoek nodig om bovenstaande aanwijzingen wetenschappelijk aan te tonen.
Wat nu te doen als je fanatiek sport, ambities hebt om topsporter te worden, of aan extreme evenementen mee doet zoals ultralopen of energievretende trails? Blijf in ieder geval bewegen, want de risico’s van een stilzittend bestaan zijn altijd groter dan van een actieve leefstijl. Luister naar je lichaam. Dat kun je op de aloude manier doen door een trainingslogboek bij te houden, waarin ook je gevoel een plaatsje krijgt. Het sporthorloge kan daarbij een hulp zijn, maar is niet altijd even betrouwbaar. En constateer je een afwijkend patroon, vraag dan hulp bij een arts. Het kan geen kwaad bij frequent en intensief sporten een periodieke sportkeuring te ondergaan, risicofactoren kunnen aan het licht komen en je kunt daar dan rekening mee houden.
Zolang de vinger aan de pols wordt gehouden (letterlijk en figuurlijk) is te goed bezig zijn niet snel van toepassing.
Dan kan ik de volgende keer dat ik je tegenkom weer roepen: ‘goed bezig!’.