Column Henk Nugteren No 206
SPELPLEZIER
De nadruk bij jeugdsport moet liggen op spelplezier en veel minder op prestatie. Het belangrijkste is dat kinderen vrijuit kunnen spelen, zonder daarbij prestatiedruk te ervaren. Dat staat in een recent artikel in de Volkskrant over een stille revolutie die zich zou afspelen in de jeugdsport. Twintig sportbonden stelden op instigatie van NOC/NSF nieuwe regels op voor de jeugd. Ook de Atletiekunie wordt genoemd: er komen meerdere finales op het programma en bij sommige wedstrijden krijgt iedereen een medaille.
Mijn belangstelling is gewekt. Wat merkt men hiervan in de dagelijkse praktijk bij Fortius? Daartoe neem ik contact op met Mark Uilhoorn, trainingscoördinator voor de pupillen, die me meteen een kopie van een artikel uit het NRC stuurt uit 2018. Het blijkt dus inderdaad een stille revolutie, waaraan zo af toe eens aandacht in de media wordt besteed.
In de atletiek zijn succeservaringen schaars, er is vaak maar één winnaar en veel verliezers en dat is niet de manier waarop je kinderen blij maakt. Kinderen beleven hun sport heel anders dan hun ouders en coaches. Voor hen is vooral de goede sfeer, het lekker spelen, een mooie actie en een verdiend compliment belangrijk. Vergelijken met anderen is ondergeschikt en komt later wel. Vooral pupillen jonger dan tien jaar moeten volgens de Atletiekunie een fundament leggen, met nadruk op fun. De nieuwe regels zijn daarom vooral gericht op het creëren van meer positieve ervaringen en het in stand houden van de motivatie.
Die intrinsieke motivatie, de motivatie vanuit de sporter zelf, voortkomend uit het plezier, de ontwikkeling van vaardigheden en uitdagingen, blijkt bij jonge atleten belangrijk te zijn om aan een sport deel te nemen en een garantie om te blijven sporten. Om die motivatie te bevorderen moet de focus liggen op de spanning en het plezier in het sporten, het moet dus niet saai worden, juist afwisseling helpt. De begeleider moet in stapjes werken, niet te technisch zijn, de kinderen moeten kunnen experimenteren, een negatieve spiraal van steeds geen succes moet worden vermeden. Maar ‘de trainer moet ook reëel zijn’, vertelt Mark Uilhoorn. Hij moet durven onderkennen dat een kind voor de verkeerde sport heeft gekozen. Als een kind niet intrinsiek gemotiveerd is, dat laat blijken door opvallend niet zijn best te doen of te lopen klieren en passende maatregelen niet helpen, moeten de ouders geïnformeerd worden dat de gekozen sport misschien niet geschikt is voor het kind.
Bij teamsporten verdwijnt het scorebord, de vroegere scheidsrechter wordt spelbegeleider, assistenten houden de score bij, niet zichtbaar voor publiek (ouders) en spelers. Als scores snel oplopen (volleybal, basketbal en handbal), zorgt het ervoor dat de spelers onbevangen ‘spelen’, zonder zich te bekommeren om de stand. Die scoreborden leiden alleen maar af en geven stress, die nergens goed voor is.
Mark noemt enkele voorbeelden hoe dat bij atletiek kan. Neem het verspringen, waarbij men drie pogingen heeft. Twintig jaar geleden verliet een kind nog wel eens de baan in tranen na drie foutsprongen. Dat gebeurt niet meer, kinderen die overblijven na drie foutsprongen, mogen net zo lang doorspringen tot ze een geldige poging hebben en een afstand achter hun naam krijgen. Hoogspringen is voor kinderen een moeilijk onderdeel omdat ze bij toenemende vermoeidheid en dalende concentratie steeds hoger moeten springen totdat ze uiteindelijk drie keer afspringen. Het neerkomen op de lat kan pijnlijk zijn en een blokkade opwerpen. Gebruik van een touw kan dan helpen. Er zijn altijd kinderen die op de aanvangshoogte drie keer afspringen en een 0 achter hun naam zouden krijgen. Dat gebeurt niet meer, de lat gaat naar beneden totdat iedereen een hoogte heeft bedwongen. Voordat de regionale crosscompetitie voor de jeugd begint, mogen alle kinderen bij Fortius tijdens de training een crosscircuit op het sportpark afleggen. Alleen als ze het leuk vinden kunnen ze mee naar de competitie.
Het is bekend dat de jongere jeugd goed vertegenwoordigd is, maar dat vanaf de leeftijd van 14, 15 jaar de uitstroom inzet. Vaak werd de oorzaak gelegd bij nieuwe interesses van de opgroeiende jeugd. Maar meer dan de helft stopt ermee omdat ze er geen zin meer in hebben. Een belangrijke reden kan het niveau van de trainers zijn, de beste trainers houden zich weinig bezig met de jongste jeugd en zij die dat wel doen hebben vaak niet de juiste opleidingen gevolgd (volgens artikel NRC). Gelukkig is de situatie bij Fortius beter. Verder kunnen kinderen veel meer last hebben van prestatiedruk dan hun ouders vaak denken, vertelt een onderzoeker/pedagoog (artikel Volkskrant). Dat kan leiden tot stress en faalangst en een reden zijn voor uitval.
Dat de overgang naar nieuwe regels niet overal even soepel verloopt laat het gedoe bij de zwembond zien (artikel Volkskrant). ‘Jouw lijf tegen de klok, geen jury, wat is daar mis mee?’ vragen tegenstanders zich af. Een soortgelijke slogan zou ook voor atletiek kunnen gelden.
Spelen is leuk en het spelelement mag er zeker in blijven, maar om het uiteindelijke doel van NOC/NSF te bereiken, namelijk het ontwikkelen van talenten en topatleten, zal er op zeker moment een geleidelijke overgang naar competitie met wedstrijdresultaten moeten komen. Kinderen moeten immers ook leren verliezen. Op welke leeftijd dat kan zal per kind verschillen en maakt het in de praktijk moeilijk. Niet elk kind hoeft natuurlijk talent of topatleet te worden, die groep maakt maar een klein deel van het cohort uit. Zelfs bij de oudere groepen tot aan masters toe zien we tegenwoordig steeds meer recreanten en funrunners. Dat is goed want het bevorderen van een gezonde populatie middels bewegen is een andere belangrijke taak van de sportgemeenschap.
Bronnen:
Artikel Volkskrant, 7 januari 2026, Het scorebord moet het veld ruimen
Artikel NRC, 1 augustus 2018, Sporten moet in de eerste plaats leuk zijn
Met dank aan Mark Uilhoorn voor zijn tijd voor een gesprek en aanvullende informatie die hij mij stuurde.