Column Henk Nugteren No 207
TWEE FINALES
Vorige maand had ik het over allerlei creatieve ideeën die bij de jeugdsport worden ontwikkeld om het spelplezier voor de jeugd te vergroten. De Atletiekunie suggereerde onder andere om meerdere finales bij bepaalde onderdelen te houden, zodat meer kinderen met een tevreden gevoel naar huis kunnen. Het zou allemaal de goede sfeer, het lekker spelen, de motivatie, een compliment krijgen en de positieve ervaring ten goede komen.
En wat gebeurt er nog geen maand later? Bij het WK Indoor worden er op de 400 m twee finales gelopen. De 200 m is al jaren geleden uit het programma gehaald omdat het een oneerlijke race was. De baan is 200 m lang en als je in banen loopt is de bocht in baan 1 een stuk krapper dan in baan 6. Bij hoge snelheden is het lopen in de binnenbaan een stuk moeilijker dan in de buitenbaan en heeft iedere baan dus voordeel ten opzichte van lagere banen en nadeel ten opzichte van hogere banen. Bij gelijke capaciteiten van de deelnemers zal baan 6 dus altijd winnen. Hoe maken we het weer eerlijk?
Op de 400 m wordt na 165 m de baan waarin gestart is verlaten en loopt iedereen in de binnenbaan. Maar dan nog hebben de buitenste banen een voordeel vanwege de twee bochten die in banen worden gelopen. World Athletics meende dit te kunnen verhelpen door de binnenste twee banen leeg te laten en in viertallen te starten. Maar vier voor drie medailles is wat pover, dus dan maar twee finales en de winnaar van de snelste finale is kampioen. Dan nog heeft baan 6 voordeel over de andere banen en zijn starters in baan 3 en 4 vrijwel kansloos, zoals te zien was bij zowel de heren als de dames. Zelfs op de buitenbaan wordt gesproken over de ‘ongunstige banen 1 en 2’ terwijl daar de banen al een heel stuk ruimer zijn. Met andere woorden, zolang er bochten in banen moeten worden gelopen is het probleem niet op te lossen. Zijn er alternatieven mogelijk?
Zoals bij schaatsen zou men in paren kunnen starten en van baan kunnen wisselen op een van de rechte stukken. Het duurt dan nog wat langer voor de winnaar bekend is, maar nu heb je ook niet de strijd met alle finalisten tegelijkertijd en voorkom je gedrang en geduw en getrek voor een goede uitgangspositie. De wissel is natuurlijk wel een dingetje, zelfs bij het schaatsen waar dit al meer dan een eeuw de praktijk is gaat het nog wel eens mis. Strenge regels moeten dat voorkomen.
Het eerlijkst zou een 400 m in lijn zijn, maar dat past niet in de wedstrijdhal en zelfs niet op een buitenaccommodatie. Maar er zou een lang recht stuk kunnen worden toegevoegd aan de finishstraat, zodat er na dat rechte stuk nog een volle ronde in de binnenbaan kan worden gelopen. Of een korter stuk aan de andere zijde zodat nog anderhalve baan binnenin gelopen kan worden. Het vereist een grote verbouwing van de hal, maar misschien is het alleen nodig voor drie of vier accommodaties wereldwijd, waar dan steeds de kampioenschappen worden gehouden. Een nieuwe kans voor Apeldoorn. Het publiek heeft wel het nakijken, ze zullen het startschot horen maar de lopers pas als ze op de rondbaan zijn gekomen, echt kunnen zien. Extra spanning om te zien wie er het eerst uit de tunnel komt? Voordeel is dat de 200 m dan ook weer in het programma kan worden opgenomen.
Te horen aan het commentaar van Lieke Klaver, die de zilveren medaille veroverde, was er met twee finales van goede sfeer en positieve ervaring weinig over. Ook als toeschouwer was het nauwelijks bevredigend. Een onzalig idee dus, die twee finales, de atletiek onwaardig. Verzin iets anders.